Ribkarbonade met spitskool en kummeljus

Deze keer een gerecht uit de Duitse keuken. Ik vind het heerlijk! De smaken doen mij aan de maaltijden van vroeger denken. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit München. Kummel is een ander woord voor karwij. Deze specerij geeft dit gerecht een typische Duitse smaak.

Dit heb je nodig voor 4 personen:

50 gram  boter

125 gram magere spekreepjes

1 zak gesneden spitskool (300 gram)

4 ribkarbonades, op kamertemperatuur

1 ui, gesnipperd

1 teen knoflook, fijngesneden

1 tl karwijzaad (kummel)

100 ml droge witte wijn

1 tl geraspte mierikswortel (uit een potje)

1 el verse bieslook, fijngesneden

 

Zo maak je het:

Smelt 25 g boter in een pan en bak de spekreepjes uit. Voeg de spitskool toe en doe de deksel op de pan. Smoor in 15 minuten op laag vuur gaar.

Bestrooi intussen de ribkarbonades aan beide kanten met peper en zout. Verhit in een koekenpan de rest van de boter en bak het vlees in 4 tot 5 min. per kant gaar.

Neem het vlees uit de pan en houd warm op een bord onder aluminiumfolie.

Fruit de ui, de knoflook en het karwijzaad in het bakvet van de karbonades. Voeg de wijn toe en roer de aanbaksels los. Breng de jus op smaak met de mierikswortel, peper en zout.

Neem de spitskool van het vuur en voeg de bieslook toe.

Schep de spitskool op 4 borden en leg er een karbonade bij. Schenk de kummeljus over het vlees.

Lekker met aardappelpuree.

Eet smakelijk!

 

Lekker? Deel het recept én sla het zelf op!